opengaan

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • open·gaan
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
opengaan
ging open
opengegaan
klasse 7 volledig

Werkwoord

opengaan

  1. ergatief zich openen
    • Er is hier op de hoek net een nieuwe winkel opengegaan. 
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders
98 % van de Vlamingen.