opengaan

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • open·gaan
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
opengaan
ging open
opengegaan
klasse 7 volledig

Werkwoord

opengaan

  1. ergatief zich openen
    • Er is hier op de hoek net een nieuwe winkel opengegaan. 
Uitdrukkingen en gezegden
  • deuren die voor iemand opengaan
dat iemand makkelijk contact maakt met mensen die niet makkelijk te benaderen zijn
•  Een kwetsbaarheid die ruimte schept zodat deuren eerder voor hem opengaan. [1] 
Vertalingen

Gangbaarheid

96 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen

  1. Tim Voors: Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada, 2018
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be