opengaan

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • open·gaan
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
opengaan
ging open
opengegaan
klasse 7 volledig

Werkwoord

opengaan

  1. (ergatief) zich openen
    Er is hier op de hoek net een nieuwe winkel opengegaan.
Vertalingen