toegankelijk

From WikiWoordenboek
Jump to navigation Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • toe·gan·ke·lijk
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen toegankelijk toegankelijker toegankelijkst
verbogen toegankelijke toegankelijkere toegankelijkste
partitief toegankelijks toegankelijkers -

Bijvoeglijk naamwoord

toegankelijk

  1. te bereiken
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie