modus

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • mo·dus
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord modus modi
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

modus m

  1. wijze, manier
  2. (grammatica) grammaticale categorie waarmee de relatie wordt aangegeven tussen een werkwoord en de werkelijkheid
  3. (filosofie) hoedanigheid, toestand of wijziging van iets
  4. (informatica) een 'toestand' waarin een computerprogramma of gebruikersinterface zich kan bevinden
  5. (juridisch) last, verplichting
  6. (muziek) toonladder als schema voor de vorming van een melodie
  7. (statistiek) binnen een frequentieverdeling van een statistische variabele de waarde of klasse met de grootste frequentie
Hyponiemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl