wijze

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • wij·ze
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord wijze wijzen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

wijze v/m

  1. manier
    Het behalen van de landstitel werd op een grootse wijze gevierd.
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
enkelvoud meervoud
naamwoord wijze wijzen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

wijze m

  1. wijs persoon
    De Lockheed-affaire werd door een commissie van wijzen onderzocht.
Antoniemen
Hyponiemen
Vertalingen

Bijvoeglijk naamwoord

wijze

  1. verbogen vorm van de stellende trap van wijs

Werkwoord

vervoeging van
wijzen

wijze

  1. aanvoegende wijs van wijzen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.
Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl