grammaticaal

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • gram·ma·ti·caal
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen grammaticaal grammaticaler meest grammaticaal
verbogen grammaticale grammaticalere meest grammaticale

Bijvoeglijk naamwoord

grammaticaal

  1. (grammatica) betrekking hebbend op de grammatica
  2. overeenkomstig de regels van de grammatica
    grammaticaal bij Woordenboek der Nederlandse taal (1500 tot ...)
Antoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen