verplichting

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·plich·ting
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord verplichting verplichtingen
verkleinwoord verplichtinkje verplichtinkjes

Zelfstandig naamwoord

verplichting v

  1. iets dat moet
    Hij was een verplichting aangegaan om het geld binnen 30 dagen te betalen.
Uitdrukkingen en gezegden

Verplichtingen aangaan.

Vertalingen