takkeling

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

takkeling is een jonge vogel
Uitspraak
Woordafbreking
  • tak·ke·ling
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord takkeling takkelingen
verkleinwoord takkelingetje takkelingetjes

Zelfstandig naamwoord

takkeling v [2]

  1. (vogels) jonge vogel die nog niet kan vliegen of alleen maar van tak naar tak kan gaan
     Hij liet zien dat hier wel degelijk buizerds rondvlogen, de eerste tergend langzaam wiekend over open veld, de tweede fladderend van iep tot iep. 'Een takkeling', zei Hake, 'vliegt nog alleen van tak naar tak.'[3]

Gangbaarheid

24 % van de Nederlanders;
33 % van de Vlamingen.[4]

Verwijzingen

  1. takkeling op website: Etymologiebank.nl
  2. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  3. Bronlink Weblink bron HENK BLANKEN “Klei geworden Fantasialand; HET WAARACHTIGE PARADIJS VAN DE IJSSELMEERPOLDERS” (5 oktober 1996), de Volkskrant
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be