zwemvogel

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zwem·vo·gel
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord zwemvogel zwemvogels
verkleinwoord zwemvogeltje zwemvogeltjes

Zelfstandig naamwoord

zwemvogel m

  1. (vogels) een vogel die op en nabij het water leeft
    • De zwemvogel dook onder water en kwam boven met een visje. 


Gangbaarheid

88 % van de Nederlanders;
89 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be