gent

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • gent
enkelvoud meervoud
naamwoord gent genten
verkleinwoord gentje gentjes

Zelfstandig naamwoord

gent m

  1. (vogels) mannetjes gans
    De gent vliegt naar het hoge Noorden.