beten

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·ten

Zelfstandig naamwoord

beten mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord beet

beten mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord bete

Werkwoord

vervoeging van
bijten

beten

  1. meervoud verleden tijd van bijten
    • Wij beten. 
    • Jullie beten. 
    • Zij beten. 
Verwante begrippen

Gangbaarheid

96 % van de Nederlanders;
94 % van de Vlamingen.