di
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Iers
Voorzetselvorm
di
- vorm van de voor de derde persoon enkelvoud
- «Di.»
- Van haar.
- «Di.»
Indonesisch
Woordafbreking
- di
Voorzetsel
di
- plaatsbepaling: op, in, te, aan
- «Ibu saya bekerja di kantor.»
- Mijn moeder werkt op kantoor.
- «Semalam ia tidur di hotel.»
- Gisteravond sliep hij in een hotel.
- «ada di rumah»
- thuis zijn
- «Tidak jelas di saya.»
- Het is (aan) mij niet duidelijk.
- «Ibu saya bekerja di kantor.»
- in het spraakgebruik ook tijdsbepaling: op, in
- «Di hari itu ia tidak datang»
- Op die dag is hij niet gekomen
- «di bulan Juli»
- in juli
- «Di hari itu ia tidak datang»
- nadere bepaling van het voorgaande begrip: van, uit
- «Sebenarnya dulu bapak saya senang di musik pop»
- Echt, vroeger was mijn vader dol op popmuziek.
- «tak tahu di alif»
- analfabeet
- «Jauh di mata dekat di hati»
- Ver uit het oog is diep in het hart
- «Sebenarnya dulu bapak saya senang di musik pop»
Uitdrukkingen en gezegden
-
- «Jauh di mata, jauh di hati.»
- Uit het oog, uit het hart.
- «Jauh di mata, jauh di hati.»
Italiaans
Voorzetsel
di
Spaans
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| decir |
di
- gebiedende wijs (bevestigend) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van decir.
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| dar |
di
- eerste persoon enkelvoud verleden tijd (pretérito indefinido) van dar.