van
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Voorzetsel
van
- geeft bezit aan.
- Het dak van een huis.
- Die fiets is van mij.
- geeft herkomst aan.
- Hij komt van ver.
Vertalingen
1.
1.
2.
Bijwoord
| vnw. bijw. | |
|---|---|
| voorzetselbijwoord | van |
| neutraal | ervan |
| nabij | hiervan |
| veraf | daarvan |
| vragend | waarvan |
- prepositionaal deel van een voornaamwoordelijk bijwoord
- Hij wist er niets van.
Engels
Zelfstandig naamwoord
van – bestelwagen m, camionette v
Vietnamees
Zelfstandig naamwoord
van – wals