van

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • van
Woordherkomst en -opbouw
  • afkomstig van:
Middelnederlands: van
Oudnederlands: fan
Germaans: *fana, *funa
Indo-Europees: *pone, *pana
  • Verwant in Germaans:
Duits: von, (Oudhoogduits: fona, fon), Oudsaksisch: fana, fan, Fries: fan (Oudfries: fan, fon)

Voorzetsel

van

  1. geeft bezit aan
    Die fiets is van mij.
  2. geeft herkomst aan
    Hij komt van ver.
  3. tussenvoegsel in achternamen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
  vnw. bijw.
  voorzetselbijwoord     van  
 persoonlijk     ervan  
aanwijz.   nabij     hiervan  
  veraf     daarvan  
  vragend/betrekk.     waarvan  

Bijwoord

van

  1. prepositionaal deel van een voornaamwoordelijk bijwoord
    Hij wist er niets van.



Afrikaans

enkelvoud meervoud
naamwoord van vanne

Zelfstandig naamwoord

van

  1. achternaam
enkelvoud meervoud
naamwoord van vans

Zelfstandig naamwoord

van

  1. bestelwagen, camionette

Voorzetsel

van

  1. van

Bijwoord

van

  1. van



Engels

Zelfstandig naamwoord

van

  1. bestelwagen, camionette


Hongaars

Werkwoord

van

  1. zijn


Spaans

Werkwoord

vervoeging van
ir

van

  1. derde persoon meervoud tegenwoordige tijd (presente) van ir


Vietnamees

Werkwoord

van

  1. vragen, smeken

Zelfstandig naamwoord

van

  1. wals