afkorting
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- af·kor·ting
Woordherkomst en -opbouw
- Naamwoord van handeling van afkorten met het achtervoegsel -ing.
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | afkorting | afkortingen |
| verkleinwoord | afkortinkje | afkortinkjes |
Zelfstandig naamwoord
afkorting v
- (taalkunde) algemeen: het inkorten van een woord of een frase
- Hij schreef dat woord op als een afkorting.
- (taalkunde) in het bijzonder: een aanduiding van een woord of een woordgroep door een beperkt aantal letters, dat als het gehele woord of woordgroep wordt uitgesproken
- Ir. is de afkorting voor ingenieur en n.a.v. is de afkorting voor naar aanleiding van.
Vertalingen
1. het inkorten van een woord of een frase
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- Zie ook de lijst van afkortingen op Wikipedia.