jouw

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

  enkelvoud meervoud
bijvoeglijk zelfstandig bijvoeglijk zelfstandig
1e persoon mijn
m'n
mijne ons, onze onze
2e persoon
(informeel)
jouw
je
jouwe jullie
je
-
2e persoon
(formeel)
(regionaal)
uw uwe uw uwe
3e persoon
(mannelijk)
zijn
z'n
zijne hun hunne
3e persoon
(vrouwelijk)
haar
d'r
hare
3e persoon
(onzijdig)
zijn
(ervan)
-
Uitspraak
Woordafbreking
  • jouw

Bezittelijk voornaamwoord

jouw

  1. (informeel) van jou
    Is dat jouw auto?
Gelijkklinkende woorden
Synoniemen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
jouwen

jouw

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van jouwen
    Ik jouw.
  2. gebiedende wijs van jouwen
    Jouw!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van jouwen
    Jouw je?
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen