verouderd

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·ou·derd
stellend
onverbogen verouderd
verbogen verouderde

Bijvoeglijk naamwoord

verouderd

  1. niet meer van nu
    De verouderde auto stond defect langs de kant.

Werkwoord

vervoeging van
verouderen

verouderd

  1. voltooid deelwoord van verouderen