verouderd
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- ver·ou·derd
| stellend | |
|---|---|
| onverbogen | verouderd |
| verbogen | verouderde |
Bijvoeglijk naamwoord
verouderd
- niet meer van nu
- De verouderde auto stond defect langs de kant.
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| verouderen |
verouderd
- voltooid deelwoord van verouderen