vanaf

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • van·af

Voorzetsel

vanaf

  1. duidt een tijdstip aan waarna (en waarop) iets geldt
    Vanaf de tweede juli is dit wel weer toegestaan.
  2. duidt een vertrekpunt (plaats) aan
    Vanaf Raleigh is het een goede vier uur rijden naar Bodie Island.

Bijwoord

vanaf

  1. van een last verlost zijn
    Hij heeft dat dure jacht tijdig verkocht, daar is hij mooi vanaf.
Opmerkingen
  • zie ook: Taaladvies Onze Taal.[1]
Vertalingen
Verwijzingen
  1. https://onzetaal.nl/resultaten/?q=ben%2520er%2520vanaf