onzijdig
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- on·zij·dig
| stellend | |
|---|---|
| onverbogen | onzijdig |
| verbogen | onzijdige |
Bijvoeglijk naamwoord
onzijdig
- (taalkunde) horend bij een zelfstandig naamwoorden bij welke in het Nederlands het lidwoord 'het' voor geplaatst kan worden
- Het woord 'huis' is een onzijdig woord.
- (biologie) zonder geslacht
- In die ruimte staan enkele onzijdige dieren tentoongesteld.
- (scheikunde) niet zuur en niet alkalisch reagerend
- We hebben net een onzijdige reactie gevonden.