uw

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

  enkelvoud meervoud
bijvoeglijk zelfstandig bijvoeglijk zelfstandig
1e persoon mijn
m'n
mijne ons, onze onze
2e persoon
(informeel)
jouw
je
jouwe jullie
je
-
2e persoon
(formeel)
(regionaal)
uw uwe uw uwe
3e persoon
(mannelijk)
zijn
z'n
zijne hun hunne
3e persoon
(vrouwelijk)
haar
d'r
hare
3e persoon
(onzijdig)
zijn
(ervan)
-
Uitspraak
Woordafbreking
  • uw

Bezittelijk voornaamwoord

uw

  1. zowel in enkelvoud als meervoud van u
    Heeft u gisteren uw auto nog weten te verkopen?
  2. zowel in enkelvoud als meervoud van gij
    Zijt ge met uw vrouw gekomen?
Afgeleide begrippen
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen