over

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • over
Woordherkomst en -opbouw
  • afkomstig van:
Middelnederlands: over
Oudnederlands: over, ouir
Germaans: *uber
Indo-Europees: *upér, *supér
  • Verwant in Germaans:
West: Engels: over (Angelsaksisch: ofer), Duits: ober, über, (Oudhoogduits: obar, ubiri), Fries: oer (Oudfries: over)
Noord: Zweeds: över, (Oudnoors: yfir), IJslands: yfir, Faeröers: yvir
Oost: Gotisch: ufar
  vnw. bijw.
  voorzetselbijwoord     over  
 persoonlijk     erover  
aanwijz.   nabij     hierover  
  veraf     daarover  
  vragend/betrekk.     waarover  

Bijwoord

over

  1. bijwoordelijk deel van een scheidbaar werkwoord.
    Het bad liep over.
  2. prepositionaal deel van een voornaamwoordelijk bijwoord
    Die bal ging er niet over.
  3. voorbij, gedaan
    Hun vriendschap was voorgoed over.
    Het duurde zeer lang tot zijn kater over was.
  4. nog resterend
    Hoeveel voedsel is er nog over?
    De kledij die over was van de uitverkoop, werd aan goede doelen geschonken.
Vertalingen
[2] De hond springt over de hindernis.

Voorzetsel

over

  1. wat betreft
    Ik schrijf een boek over mijn leven.
    Hij vertelt een zeer interessant verhaal over zijn avonturen.
  2. op of langs de oppervlakte van
    De maaidorser rijdt over het landbouwlandschap.
    De losgeslagen hond sprong over het hek.
  3. na verloop van
    Over twee maand wordt ze zestien jaar.
    Deze yoghurt wordt over drie dagen slecht.
  4. via, langs
    Ik rijd over Luxemburg naar de Alpen.
    Als men naar Marseille wil, moet men over Lyon.
  5. naar de andere kant van
    Om de overkant te bereiken moet men over die brug heen.
    De reis over het meer duurt slechts enkele tientallen minuten.
  6. meer dan
    Zij is ver over de dertig jaar oud.
    Vele basketbalspelers zijn over de twee meter lang.
Uitdrukkingen en gezegden
  • [6] over 50 jaar
  • (er niet) over uit kunnen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen


Vertalingen


Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • over
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Oudnoorse woord yfir.
Naar frequentie 102

Bijwoord

over

  1. boven
    «Jeg bor i etasjen over
    Ik woon boven.
  2. over

Voorzetsel

over

  1. boven
    «Skiltet henger over døra.»
    Het bord hangt boven de deur.
    «Bygda ligger 500 meter over havet.»
    Het dorp ligt op 500 meter boven de zeespiegel.
  2. over [6] (tijdelijk)
    «Jeg har over 14 års erfaring som diskjockey.»
    Ik heb over veertien jaar ervaring als een disc jockey.
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • [1]: prikken over i-en
het puntje op de i


Nynorsk

Uitspraak
Woordafbreking
  • over
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Oudnoorse woord yfir.

Bijwoord

over

  1. boven
  2. over [6] (tijdelijk)

Voorzetsel

over

  1. boven
    «Han bur to etasjar over meg.»
    Hij woont twee verdiepingen boven mij.
    «Temperaturen er over 20 °.»
    De temperatuur is boven de 20 graden.
  2. over
Afgeleide begrippen