te

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: Te-te

Nederlands

Uitspraak
Woordherkomst en -opbouw
  • In "des te meer" etc. gaat "te" terug op Oudnederlands thiu, een oude instrumentalis van het aanwijzend voornaamwoord that

Voorzetsel

te

  1. bij plaatsaanduidingen: in.
    Ik ben geboren te Amerongen.
  2. met gebruikmaking van, per, middels.
    Komt u te voet, te paard, met de auto of op de fiets?
    Ik zal ze te vuur en te zwaard bestrijden.
  3. komt regelmatig voor in combinatie met een infinitief.
    Ik beveel je te zitten.
    Ik vraag je iets te doen.
    Het is duidelijk te zien.
Vanouds met datief. In veel staande uitdrukkingen is dit bewaard gebleven, vaak in samentrekkingen met het lidwoord:
ten = te + den (m, o)
ter = te + der (v)
Vertalingen
De broek is te groot.

Bijwoord

te

  1. in grotere mate of hoeveelheid dan wenselijk is
    Als je het te snel doet, lukt het niet.
Afgeleide begrippen
Vertalingen


Asturisch

Zelfstandig naamwoord

te

  1. thee (drank)


Catalaans

Zelfstandig naamwoord

te m

  1. thee (drank)


Frans

Voornaamwoord

nominatief genitief datief accusatief benadrukt
tu ton / ta /
tes
toi te toi

te

  1. jou, je (gebruikt voor het lijdend voorwerp).
  2. reflexief voornaamwoord van de tweede persoon (je).


Fins

Voornaamwoord

te

  1. jullie, u; tweede persoon meervoud of beleefdheidsvorm tweede persoon enkelvoud.


Hongaars

persoon enkelvoud meervoud
eerste én mi
tweede te ti
tweede
formeel
ön önök
derde ő ők

Persoonlijk voornaamwoord

te

  1. jij


Kiribatisch

Lidwoord

te

  1. de, het; bepaald lidwoord.
  2. (altijd gevolgd door een numeraal suffix of een zeker zelfstandig naamwoord waaraan aldtijd het expletieve na is toegevoegd) - een; onbepaald lidwoord
  3. (ietwat als lidwoord gebruikt) - één; de kleinste niet-ledige verzameling


Latijn

Uitspraak
enkelvoud meervoud
nominatief vōs
accusatief
genitief tui vestri
datief tibi vōbis
ablatief

Persoonlijk voornaamwoord

  1. jou, je (accusatief van de tweede persoon enkelvoud)
  2. door jou (ablatief van de tweede persoon enkelvoud)


Limburgs

Uitspraak
  • IPA: /tɐ/ (Etsbergs)

Persoonlijk voornaamwoord

te

  1. gemuteerde onbeklemtoonde accusatief van doe.
enkelvoud meervoud
bepaald geheel te g- tör
gemut. de g- dör
onbepaald geheel te te, tör
gemut. de de, dör)

Voorzetsel

te + datief/accusatief/locatief

  1. onbeklemtoonde vorm van .


Lingala

Zelfstandig naamwoord

te

  1. nee, niet


Papiamento

Zelfstandig naamwoord

te

  1. thee (drank)


Quechua

Zelfstandig naamwoord

te

  1. thee (drank)


Spaans

  enkelvoud meervoud
onderwerp meewerkend
voorwerp
lijdend
voorwerp
onderwerp meewerkend
voorwerp
lijdend
voorwerp
1e persoon yo me me nosotros m
nosotras v
nos nos
2e persoon
te te vosotros m
vosotras v
os os
3e persoon
él m
ella v
lo/le m
la v
le (se) ellos m
ellas v
los/les m
las v
les (se)
3e persoon
(formeel)
usted ustedes

Voornaamwoord

te

  1. jij; 2e persoon enkelvoud.


Tuvaluaans

Lidwoord

te

  1. bepaald lidwoord, de.


Iers

(mv: teo, comp.: teo)

Uitspraak

Bijvoeglijk naamwoord

te

  1. warm
  2. heet


Zweeds

Uitspraak
Woordafbreking
  • te

Zelfstandig naamwoord

te o

  1. thee
Schrijfwijzen
Verbuiging
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   te     teet     teer     teerna  
genitief   tes     teets     teers     teernas  
Afgeleide begrippen