wee

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • wee
enkelvoud meervoud
naamwoord wee weeën
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

wee v/m, o

  1. (medisch) pijnlijke samentrekking die het barensproces inleidt.
    De weeën zijn al begonnen.
  2. jammerklacht.
    Dat ging met veel ach en wee gepaard.
Vertalingen
stellend
onverbogen wee
verbogen weeë

Bijvoeglijk naamwoord

wee

  1. onaangenaam misselijk makend.
    Er ging een weeë geur in het gebouw.

Tussenwerpsel

wee!

  1. kondigt rampspoed aan.
    Wee je gebeente als je dat durft!
Vertalingen