weedom

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • wee·dom
Woordherkomst en -opbouw
  • afleiding wee met het achtervoegsel -dom
enkelvoud meervoud
naamwoord weedom
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

weedom m [1]

  1. onprettige, pijnlijke bedroevende zaak
     Reve laat het wereldlijk weedom voortaan aan ons, en dat is niet fijn.[2]
Synoniemen

Gangbaarheid

17 % van de Nederlanders;
26 % van de Vlamingen.[3]

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Bronlink Weblink bron Barber van de Pol op Wikipedia “Op de weg naar het einde” (21 november 2003), de Volkskrant
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be