Naar inhoud springen

weemoed

Uit WikiWoordenboek
  • wee·moed
enkelvoud meervoud
naamwoord weemoed -
verkleinwoord - -

weemoed m

  1. gevoel van treurnis, verdriet, nostalgie
    • Hij dacht met weemoed aan de goede tijden van weleer. 
     Fawaz denkt met weemoed terug aan de zender. "Vroeger zat ik hele dagen voor de tv naar TMF te kijken om dezelfde clip nog een keer te zien. Maar het principe dat er bij een liedje een clip hoort, dat blijft."[3]
97 %van de Nederlanders;
95 %van de Vlamingen.[4]