weemoed

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • wee·moed
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord weemoed -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

weemoed m

  1. gevoel van treurnis, verdriet, nostalgie
    Hij dacht met weemoed aan de goede tijden van weleer.
Verwante begrippen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl