weemoedig

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • wee·moe·dig
Woordherkomst en -opbouw
  • Samenstellende afleiding van wee en moed met het achtervoegsel -ig
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen weemoedig weemoediger weemoedigst
verbogen weemoedige weemoedigere weemoedigste
partitief weemoedigs weemoedigers -

Bijvoeglijk naamwoord

weemoedig

  1. lichtdroevig gestemd
    • Weemoedig dacht hij aan zijn gemiste kansen. 
     Want ik was niet naar Grand Hotel Europa gekomen om de tijd weemoedig te laten verglijden te midden van afgebladderde luxe en krakende glorie in passieve afwachting van een of ander inzicht, dat mij op een gegeven moment zou toevallen als een bloemblad uit een vergeeld boeket. Dat inzicht wilde ik afdwingen en daarom moest ik aan het werk.[1]
     Ik verliet Californië wat weemoedig, maar was ook erg benieuwd wat Oregon voor me in petto had.[2]
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[3]

Verwijzingen

  1. Pfeiffer, Ilja Leonard op Wikipedia “Grand Hotel Europa” (2018), De Arbeiderspers op Wikipedia, ISBN 978-90-295-2622-7, p. 19
  2. Tim Voors “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be