pijn

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pijn
Woordherkomst en -opbouw
  • Ontleend aan het Volkslatijnse *pẹna, klassiek poena ("straf").
[A] + [B] enkelvoud meervoud
naamwoord pijn pijnen
verkleinwoord pijntje pijntjes

Zelfstandig naamwoord

[A] pijn v/m

  1. (medisch) lichamelijk leed, veroorzaakt door ziekte of verwonding
    De pijn bevindt zich in de streek rond de kuit.
  2. (medisch) geestelijk leed
    De pijn om haar overleden echtgenoot bleef nog lang in haar ronddwalen.
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • pijn doen
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

[B] pijn v/m

  1. m (plantkunde) pijnboom, een naaldboom uit het geslacht Pinus
Vertalingen