ramp

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ramp
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord ramp rampen
verkleinwoord rampje rampjes

Zelfstandig naamwoord

ramp v/m

  1. een grote catastrofale gebeurtenis met ernstige gevolgen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • tot overmaat van ramp
iets wat iets ergs nog erger maakt
•  Hier was het nog lastiger omdat er twee mensen naast mij lagen, waarvan één tot overmaat van ramp de enige aanwezige vrouw was. [2] 
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen


Engels

Woordafbreking
  • ramp
enkelvoud meervoud
ramp ramps

Zelfstandig naamwoord

ramp

  1. helling