Naar inhoud springen

weinig

Uit WikiWoordenboek
  • wei·nig
stellendvergrotendovertreffend
onverbogen weinigminderminst
verbogen weinigemindereminste
partitief weinigs--

weinig

  1. in een kleine hoeveelheid, niet veel
    • Er is nog maar weinig boter over 
     Er was weinig tot geen beschutting tegen de bloedhete zon en ik klapte al snel mijn zilveren paraplu uit.[3]
  2. in een klein aantal
    • Er zijn nog maar weinig mensen hier. 
     Er zijn hier weinig toeristen.[4]
  3. (bij wijze van understatement) geen
    • Ik heb weinig zin om mijn vingers daaraan te branden. 
enkelvoud meervoud
naamwoord weinig
verkleinwoord weinigje weinigjes

hetweinigo

  1. kleine hoeveelheid
99 %van de Nederlanders;
99 %van de Vlamingen.[5]
  1. "weinig" in:
    Sijs, Nicoline van der
    , Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org
    ; ISBN 90 204 2045 3
  2. weinig op website: Etymologiebank.nl
  3. Tim Voors
    “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  4. Marion Pauw e.a.
    “4 wandelaars en een Siciliaan” (2022), The House of Books, ISBN 9789044363340
  5. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
stellendvergrotendovertreffend
onverbogen weinigminder
verbogen

weinig

  1. weinig; in een kleine hoeveelheid, niet veel
stellendvergrotendovertreffend
onverbogen weinigminder
verbogen

weinig

  1. weinig; in een kleine hoeveelheid, niet veel