beetje

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • beet·je
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘klein deel, klein aantal’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1646 [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord - -
verkleinwoord beetje beetjes

Zelfstandig naamwoord

beetje o dim. tant.

  1. een ~; een kleine hoeveelheid
    • Jan heeft een beetje water gedronken. 
  2. enigszins een eigenschap hebbend
    • Maxima vond Willem-Alexander een beetje dom. 
Gelijkklinkende woorden
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

beetje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord beet

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen