beetje

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • beet·je
enkelvoud meervoud
naamwoord - -
verkleinwoord beetje beetjes

Zelfstandig naamwoord

beetje o dim. tant.

  1. een ~; een kleine hoeveelheid
    • Jan heeft een beetje water gedronken. 
  2. enigszins een eigenschap hebbend
    • Maxima vond Willem-Alexander een beetje dom. 
Gelijkklinkende woorden
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

beetje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord beet

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.