ontbrekend

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ont·bre·kend

Werkwoord

vervoeging van
ontbreken

ontbrekend

  1. onvoltooid deelwoord van ontbreken
stellend
onverbogen ontbrekend
verbogen ontbrekende
partitief ontbrekends

Bijvoeglijk naamwoord

ontbrekend

  1. dat iets niet aanwezig is terwijl het wel nodig is
    • De Hanzelijn was een ontbrekende schakel in het Nederlandse spoorwegnet. 
Antoniemen

Gangbaarheid