ontbrekend
Uiterlijk
- Geluid: ontbrekend (hulp, bestand)
- ont·bre·kend
| vervoeging van: | ontbreken |
| verbogen vorm: | ontbrekende |
ontbrekend
| stellend | |
|---|---|
| onverbogen | ontbrekend |
| verbogen | ontbrekende |
| partitief | ontbrekends |
ontbrekend
- dat iets niet aanwezig is terwijl het wel nodig is
- De Hanzelijn was een ontbrekende schakel in het Nederlandse spoorwegnet.
- Het woord ontbrekend staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.