wanorde

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • wan·or·de
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord wanorde -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

wanorde v/m

  1. ontbreken van regelmaat
    1. toestand waarin regels ontbreken of niet worden nageleefd
      • Er heerst momenteel een wanorde in het verkeer. 
    2. onoverzichtelijkheid doordat iets niet stelselmatig tot stand komt
      • De boekhouding van dat bedrijf is verwaarloosd, het is daar een administratieve wanorde. 
    3. ontbreken van samenhang
      • Door alle ruzies heerst er wanorde in het bestuur. 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Verwijzingen