wanschapen
Uiterlijk
- Geluid: wanschapen (hulp, bestand)
- wan·scha·pen
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | wanschapen | wanschapener | wanschapenst |
| verbogen | wanschapenste | ||
| partitief | wanschapens | wanschapeners | - |
wanschapen [2]
- in strijd met de goede vormen en normen
- ▸ In weer een andere brief kregen we de volgende historische puntenverdeling aangereikt, toen de preek ging over de val in het paradijs: 1) valbaar geschapen, 2) herstelbaar gevallen, 3) onvalbaar hersteld. Dat doet denken aan een van de vele boeken van Willem Teellinck, waarvan de titel luidt: ”Adam rechtschapen, wanschapen, herschapen”.[3]
- gebrekkig geschapen
- [1] onfatsoenlijk, ruw
- [2] misvormd, monsterachtig, gedrochtelijk, mismaakt
- Het woord wanschapen staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "wanschapen" herkend door:
| 36 % | van de Nederlanders; |
| 37 % | van de Vlamingen.[4] |
- ↑ wanschapen op website: Etymologiebank.nl
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑
Weblink bron J. Mastenbroek“Drie punten aan de steek” (18-12-2008), Reformatorisch Dagblad - ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be