wandaad

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • wan·daad
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘slechte daad’ voor het eerst aangetroffen in 1790 [1]
  • Eind 18e eeuw gevormd uit daad handeling met het voorvoegsel wan- verkeerd.
enkelvoud meervoud
naamwoord wandaad wandaden
verkleinwoord wandaadje wandaadjes

Zelfstandig naamwoord

wandaad v

  1. een misdaad, een slechte of gruwelijke handeling
    • Wie dieren pijn doet voor zijn plezier begaat een wandaad. 
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders
97 % van de Vlamingen.

Verwijzingen