wangunst

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • wan·gunst
Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

wangunst v [1]

  1. jaloers zijn op wat een ander heeft
     De kleine eerzuchtige zag met wangunst den vreemdeling, zooals men den Israeliet nog zoo gaarne ten onzent wil noemen, groote zaken tot stand brengen, tot welker ontwerp zelf zijn beperkter brein niet bij machte was.[2]
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

26 % van de Nederlanders;
21 % van de Vlamingen.[3]

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Bronlink Weblink bron Jan Blokker op Wikipedia “Biografie zonder hoofdpersoon” (8 januari 2002), de Volkskrant
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be