uniek

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • uniek
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘enig’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1553 [1]
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen uniek unieker uniekst
verbogen unieke uniekere uniekste
partitief unieks uniekers -

Bijvoeglijk naamwoord

uniek

  1. enige in zijn soort
    • Het geluid van krassende nagels over een schoolbord roep een unieke emotie op bij mensen, zo melden Spaanse wetenschappers in een nieuwe studie. [2] 
Antoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen