bosbouw

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bos·bouw
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord bosbouw -
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

bosbouw m

  1. (bosbouw) het systematisch bosbeheer (teelt en verzorging van bossen) voor de productie van hout
    • Landbouw, bosbouw en visserij. 
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.

Meer informatie