stak

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • stak

Werkwoord

vervoeging van
steken

stak

  1. enkelvoud verleden tijd van steken
    • Ik stak. 
    • Jij stak. 
    • Hij, zij, het stak. 
Anagrammen

Gangbaarheid

76 % van de Nederlanders;
78 % van de Vlamingen.


Deens

Uitspraak
Woordafbreking
  • stak

Werkwoord

stak

  1. verleden tijd van stikke