rottweiler

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • rott·wei·ler
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘hondensoort’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1928 [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord rottweiler rottweilers
verkleinwoord rottweilertje rottweilertjes

Zelfstandig naamwoord

rottweiler m

  1. (dierkunde) Duits hondenras, stevig gebouwd, kortharig met brede kop, korte snuit en hangoren
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

96 % van de Nederlanders;
94 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen


Frans

Zelfstandig naamwoord

rottweiler m

  1. (dierkunde) rottweiler; Duits hondenras, stevig gebouwd, kortharig met brede kop, korte snuit en hangoren.