dobermann

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • do·ber·mann
enkelvoud meervoud
naamwoord dobermann dobermanns
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

dobermann m

  1. (zoogdieren) (afkorting) van dobermannpincher
Vertalingen

Gangbaarheid

86 % van de Nederlanders;
67 % van de Vlamingen.

Meer informatie