hazewindhond
Uiterlijk

- Geluid: hazewindhond (hulp, bestand)
- IPA: / ˌhazəˈwɪnthɔnt / (4 lettergrepen)
- ha·ze·wind·hond
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | hazewindhond | hazewindhonden |
| verkleinwoord | hazewindhondje | hazewindhondjes |
de hazewindhond m
- hondenras van zeer snelle, slanke honden die men gebruikte voor de jacht op hazen en voor hondenrennen
- ▸ Even later zagen politieagenten die in de omgeving rondreden de tweede auto rijden. Na een korte achtervolging belandde deze auto in een droge sloot. De twee Eindhovenaren werden daarna aangehouden. In de twee auto’s zaten in totaal ook nog zes hazewindhonden. De politie heeft de honden in beslag genomen.[2]
- Amerikaanse cockerspaniël
- Amerikaanse waterspaniël
- barzoi
- basset
- beagle
- bloedhond
- bobtail
- boxer
- buldog
- bulldog
- bulterriër
- chihuahua
- chowchow
- cockerspaniël
- collie
- corgi
- dalmatiër
- dashond
- Deense dog
- Engelse cockerspaniël
- dobermann
- dobermannpincher
- does
- dog
- Duitse herder
- Duitse herdershond
- fox
- foxterriër
- hazewind
- herder
- herdershond
- ier
- kardoes
- keeshond
- kooikerhond
- labrador
- labrador-retriever
- mastiff
- mops
- newfoundlander
- pikhaar
- pitbull
- pitbullterriër
- poedel
- pointer
- poolhond
- retriever
- rottweiler
- schapendoes
- scheper
- schipperke
- schnauzer
- setter
- sint-bernard
- sint-bernardshond
- spaniël
- spitshond
- stabij
- taks
- teckel
- terriër
- waterspaniël
- windhond
- yorkshireterriër
- zweethond
- Het woord hazewindhond staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑
Weblink bron “Groep stropers opgepakt na achtervolging in Brabantse Mill” (17 oktober 2022), De Telegraaf
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 12
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 4 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Invoegsel -e- in het Nederlands
- Samenstelling in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal