dashond

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • das·hond
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord dashond dashonden
verkleinwoord dashondje dashondjes

Zelfstandig naamwoord

dashond m

  1. (dierkunde) een hondensoort, klein, met lang lijf en korte poten, die speciaal gefokt wordt voor de jacht op dassen
    • Hij heeft thuis een dashond. 
Vertalingen

Gangbaarheid

72 % van de Nederlanders
85 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen