fox

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • fox
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord fox foxen
verkleinwoord foxje foxjes

Zelfstandig naamwoord

fox m

  1. (zoogdieren) (informeel) hond behorend tot een ras dat oorspronkelijk gekweekt is voor de jacht op vossen
    • "Mijn moeder was achtenzeventig jaar toen ze een hondje kocht," zei Martha. "Een fox. Ze noemde hem Cyrano. (…)" [2]
  2. (dans) (informeel) eenvoudige ballroomdans op muziek in vierkwartsmaat
    • Simon kan Bram geloof ik niet uitstaan, want toen ik met Simon danste speelde Bram piano, en de hele tijd zei Simon: "Wat is dit nou? Eerst een slowfox, dan een fox, nu weer helemaal niets, totaal geen ritme". [3]
  3. (straattaal) (verouderd) goud
Schrijfwijzen
Synoniemen

Gangbaarheid

62 % van de Nederlanders;
58 % van de Vlamingen.

Verwijzingen


Angelsaksisch

Uitspraak

Zelfstandig naamwoord

fox m

  1. (dierkunde) vos


Engels

Uitspraak
enkelvoud meervoud
fox foxes

Zelfstandig naamwoord

fox

  1. (dierkunde) vos
Hyperoniemen