pit

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pit
enkelvoud meervoud
naamwoord pit pitten
verkleinwoord pitje pitjes

Zelfstandig naamwoord

pit v/m/o

  1. zaadhoudende kern van verschillende vruchten
  2. lont van een kaars
  3. werkplaats langs een circuit voor auto- of motorsport
  4. energie
    Daar zit pit in.
Synoniemen
Vertalingen

Meer informatie