pits

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pits

Niet in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie als zelfstandig naamwoord

enkelvoud meervoud
naamwoord pits -
verkleinwoord pitsje pitsjes

Zelfstandig naamwoord

pits [1]

  1. (sport) plek langs de racebaan waar de voertuigen die aan de race deelnemen kunnen stoppen om te tanken en voor kleine reparaties en bandelwissel
Afgeleide begrippen

Werkwoord

vervoeging van
pitsen

pits

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van pitsen
    • Ik pits. 
  2. gebiedende wijs van pitsen
    • Pits! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van pitsen
    • Pits je? 

Gangbaarheid

Verwijzingen