veik

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • veik
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Oudnoorse woord veikr.

Bijvoeglijk naamwoord

veik

  1. zwak
    «Han har en veik karakter.»
    Hij heeft een zwak karakter.
Verbuiging
stellend vergrotend overtreffend
onbepaald
(sterk)
m/v enkelvoud veik veikere veikest
o enkelvoud veikt
meervoud veike
bepaald
(zwak)
enkelvoud en
meervoud
veike veikere veikeste
Schrijfwijzen

Werkwoord

veik

  1. verleden tijd van vike
Schrijfwijzen


Nynorsk

Uitspraak
Woordafbreking
  • veik
Woordherkomst en -opbouw
  • (betekenis: zwak) Afkomstig van het Oudnoorse woord veikr.
  • (betekenis: kaarsenpit) Afkomstig uit het Nederduits.

Bijvoeglijk naamwoord

veik

  1. zwak
    «Han har en veik rygg.»
    Hij heeft een zwakke rug.
Verbuiging
stellend vergrotend overtreffend
onbepaald
(sterk)
m/v enkelvoud veik veikare veikast
o enkelvoud veikt
meervoud veike
bepaald
(zwak)
enkelvoud en
meervoud
veike veikare veikaste
Afgeleide begrippen

Werkwoord

veik

  1. verleden tijd van vike

Zelfstandig naamwoord

veik m

  1. kaarsenpit, pit
Verbuiging
m enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   veik     veiken     veiker     veikene  
genitief                
bijvormen enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief           veikar     veikane  
genitief                
Schrijfwijzen