mond

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • mond
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord mond monden
verkleinwoord mondje mondjes

Zelfstandig naamwoord

mond m

  1. (anatomie) ingang van het spijsverteringskanaal; zowel voor de ingang zelf als de achterliggende holte gebruikt
  2. (figuurlijk) opening of ingang van iets
  3. (figuurlijk) een soort watergang
Hyponiemen
Meroniemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
Vertalingen


Afrikaans

Uitspraak
enkelvoud meervoud
naamwoord mond monde

Zelfstandig naamwoord

mond

  1. mond


Hongaars

Werkwoord

mond

  1. zeggen