mondharmonica

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Mondharmonica's

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • mond·har·mo·ni·ca
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord mondharmonica mondharmonica's
verkleinwoord mondharmonicaatje mondharmonicaatjes

Zelfstandig naamwoord

mondharmonica v

  1. (muziekinstrument) een instrument met doorslaande tongen dat met de mond bespeeld wordt
    • Speelt u vaak op een mondharmonica? 
Vertalingen

Meer informatie

Gangbaarheid