mondhygiënist

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

mondhygiënist aan het werk
Uitspraak
Woordafbreking
  • mond·hy·gi·ë·nist
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord mondhygiënist mondhygiënisten
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

mondhygiënist m

  1. (beroep) (medisch) paramedicus die werkzaam is in de preventieve tandheelkunde
    • ‘Het tekort in specialisaties als geriatrie, pediatrie en tandarts moeten we veeleer oplossen door die beroepen op te waarderen’, zegt professor Himpens (KU Leuven). ‘Bijvoorbeeld door bepaalde taken van de tandartsen over te laten aan mondhygiënisten. Anders gaan de extra studenten toch voor de populaire specialisaties als radiologie en chirurgie kiezen.’ ‘Dat het opwaarderen van beroepen werkt, bewijzen de huisartsen. Ze krijgen meer verantwoordelijkheden bij de coördinatie van de zorg. En dus kiezen steeds meer afgestudeerde artsen bewust voor dat beroep.’ [1] 
    • Samen met zijn echtgenote Marjan de Boer, mondhygiëniste, runt hij sinds een jaar zijn eigen praktijk Tandheelkunde Haaksbergen aan de Kruislandstraat.Servicepunt. Er werden contacten gelegd met Olaf Tan van het Enschedese TOP Orthodontie, waarbij ook veel Haaksbergenaren zijn aangesloten. Sinds deze week heeft Tan iedere woensdag een zogenaamd servicepunt in de praktijk van De Ruiter. Een primeur, zo zegt De Ruiter zelf. De grotere ingrepen worden niet in Haaksbergen uitgevoerd. Voor een intakegesprek en het plaatsen en verwijderen van de beugel zullen ouders en kinderen alsnog buiten het dorp moeten. „Maar voor zo’n 90 procent van de beugelbehandelingen kunnen ze voortaan hier terecht”, aldus De Ruiter. Het gaat daarbij om maandelijkse controles en 'eerste hulp bij ongelukken': loszittende slotjes en draadjes. [2] 
Verwante begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Gangbaarheid

Verwijzingen

  1. de Standaard 03 JULI 2013 Maxie Eckert
  2. Tubantia 27-06-2014