Naar inhoud springen

mondstuk

Uit WikiWoordenboek
  • mond·stuk
enkelvoud meervoud
naamwoord mondstuk mondstukken
verkleinwoord mondstukje mondstukjes

mondstuk o

  1. (muziekinstrument) dat deel van een blaasinstrument dat in de mond genomen wordt of aan de lippen gezet
98 %van de Nederlanders;
99 %van de Vlamingen.[1]
  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be