muil

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • muil
enkelvoud meervoud
naamwoord muil muilen
verkleinwoord muiltje muiltjes

Zelfstandig naamwoord

muil

  1. m de bek van een groot dier
    De leeuw hield zijn prooi in zijn muil.
  2. m (pejoratief) de mond van een persoon
    Hou je grote muil!
  3. v/m (kleding) een type schoeisel dat eenvoudig aan te doen is
    Het is erg in de mode muiltjes te dragen.
  4. m (veeteelt) kruising tussen een paard en een ezel
Hyponiemen