bouche

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Frans

Uitspraak
Woordherkomst en -opbouw
  • Uit Latijn bucca ‘opgeblazen wang’.
enkelvoud meervoud
zonder lidwoord met lidwoord zonder lidwoord met lidwoord
  bouche     la bouche     bouches     les bouches  

Zelfstandig naamwoord

bouche v

  1. (anatomie) mond
    «On parle avec la bouche
    Men spreekt met de mond.